tijd om te NOVEMBERen

= zich niet haasten naar december toe, dat komt sowieso, mét feesten nog aan toe

= jawel! want is op zich ook de moeite om voluit geleefd te worden

= voor wie toch/bovendien behoefte heeft aan RELIËF, volgt hier een collage van TOPICS

2 november : AllerZielen

= stilstaan bij wie en wat voorbij is gegaan

= stilstaan bij wat zoiets als ziel zou kunnen zijn: die van zichzelf, van anderen, van dingen, van de wereld, …

= stilstaan bij Weltschmerz en levens&kunst

= stilstaan bij de schoonheid van de troost en de troost van schoonheid

= to care or not to care, that’s …

HERFST : My November (Robert Frost)

Mijn novembergaste

Mijn verdriet, wanneer zij hier bij mij is,
Vindt deze donkere dagen van herfstregen
Zo mooi als dagen maar kunnen zijn;
Ze houdt van de kale, verdorde boom;
Ze wandelt over de doorweekte weilandweg.

Haar vreugde laat mij niet blijven.
Ze spreekt, en ik luister graag:
Ze is blij dat de vogels zijn gevlogen,
Ze is blij dat haar eenvoudige grijze wol
Nu zilver is met zich hechtend nevel.

De desolate, verlaten bomen,
De vervaagde aarde, de zware hemel,
De schoonheid die zij zo werkelijk ziet,
Ze denkt dat ik er oog noch hart voor heb,
En kwelt mij om reden waarom.

Nog niet gisteren leerde ik verstaan
De liefde voor kale novemberdagen
Voor het vallen van de sneeuw,
Maar het zou ijdel zijn haar dat te zeggen,
En zij zijn beter door haar lof.

11 november = naamfeest van St Maarten, die (o.a.) naast de barmhartige Samaritaan ‘zinnebeeld’ is van COMPASSION = van antwoordelijkheid tot verantwoordelijkheid

11 november = WAPENSTILSTAND herdenking

Ik denk nu aan de Duitse kunstenares en sociaal bewogen Käthe KOLLWITZ die in 1914 haar zoon Peter verloor bij een aanval van de Duitsers op Diksmuide. Haar oeuvre beeldt de oorlogsellende uit en staat symbool voor een universele aanklacht. Haar beeldhouwwerk Het treurende ouderpaar staat in Vladslo.

Feitelijk en leerrijk: in 1933 werd haar werk door de Nazi’s als ‘entartet’ verklaard, werd ze persona non grata, en werden haar bronzen beelden gesmolten tot wapens! En toch …. bijna al die werken zijn ‘gered’ geworden omdat de mallen ervan niet vernield waren en de beelden na W.O.II opnieuw zijn kunnen gegoten worden!

Hoog tijd voor een luidkeels en effectief HALT aan de bewapeningslust en vernielzucht, hoog tijd voor een nieuw HOOGTIJ van DUURZAAMHEID en DIERBAARHEID

11 november = Actiedag van 11.11.11 voor Internationale solidariteit

19 november = WereldMANNENdag

Gelegenheid voor mijn pleidooi voor GENTLEïsme en GENTLYfication!

= pleidooi en steun voor de GENTLE&MAN

= wars van de MARSiale en archaïsche stereotiepen die helaas weer welig tieren (en brullen) en heersen

= bevrijd van naargeestige en gewelddadige patroons en patronen

= bevrijdend voor zichzelf, zijn medemannen en -vrouwen, bevrijdend voor cultuur en milieu, macht en maatschappij, …

!! lezing door mezelf (= Wereldburger Academie) @ Peperfabriek 19u-21u

20 november : FILOSOFIEdag van Unesco

“om de blijvende waarde van filosofie voor de ontwikkeling van het menselijk denken te benadrukken, voor elke cultuur en voor elk individu.”

Dit jaar kies ik voor een fragment uit het werk van Arthur Schopenhauer, cultuurpessimist tot in de kist, dat – verrassend – goed en wel hulde brengt aan (het verband tussen) geluk en echte mensenliefde! = van mede-lijden tot de inzet voor het algemeen belang.

“… hoe is het eigenlijk mogelijk, dat het wel en wee van een ander zomaar zonder meer, d.w.z. precies zoals anders alleen dat van mezelf, mijn wil in beweging kan zetten, met andere woorden: rechtstreeks mijn eigen motief kan worden, en dat soms zelfs in die mate dat ik aan andermans wel en wee min of meer de voorrang geef boven dat van mezelf, anders toch de enige bron vanwaaruit ik gemotiveerd werd? – Kennelijk is zoiets alleen maar mogelijk doordat die ander hier het einddoel van mijn wil wordt, precies zoals ik dat anders zelf ben: doordat ik dus heel direct zijn wel wil en zijn wee niet wil, net zo rechtstreeks als ik dat anders enkel maar voor mezelf wil. Dit vooronderstelt echter noodzakelijkerwijs al, dat ik met andermans verdriet als zodanig echt meelijd, zijn verdriet net zo voel als anders alleen dat van mijzelf, en daarom ook zonder meer zijn welzijn wil, zoals ik anders alleen mijn eigen welzijn wil. Hiervoor is echter een vereiste dat ik me op de een of andere wijze met de ander heb geïdentificeerd, dat m.a.w. het volstrekte onderscheid tussen mij en elk willekeurig ander individu, waarop nu juist egoïsme gebaseerd is, toch minstens tot op zekere hoogte is opgeheven. En omdat ik nu eenmaal niet in de huid van de ander kan kruipen, kan ik me alleen door middel van het begrip dat ik me van hem gevormd heb, d.w.z. door middel van de voorstelling van die ander in mijn hoofd, zò verregaand identificeren dat uit mijn daden blijkt dat dat onderscheid is opgeheven. het proces nu dat hier wordt geanalyseerd is zeker niet zomaar een dromerij of een uit de lucht gegrepen fantasietje, het is juist heel reëel, en ook helemaal niet zo zeldzaam: het gaat hier om het alledaagse verschijnsel medelijden, d.w.z. de volkomen onvoorwaardelijke en van alle andere overwegingen onafhankelijke deelname aan, in eerste instantie, het lijden van een ander, maar daardoor ook aan het verhinderenof ongedaan maken van dat lijden, waaruit tenslotte tochg alle voldoening , alle welbevinden en geluk bestaat. het is niets anders dan dit medelijden, dat de ware basis voor elke vrije rechtsorde en alle echte mensenliefde vormt. Slechts voor zover een handeling uit dit medelijden voortgekomen is heeft ze morele waarde, …”

(uit ‘Voorschrift Grondslagen vd Moraal’ (prgr 16)

Met vriendelijke 🍂🍁🍂🧡🍂groeten ✨